Geschreven door: Elise Vanbelleghem

 

Dag 1: Aankomst Vancouver

Na een veilige landing in Vancouver wachtte ons nog de paspoortcontrole. Verschillende vluchten waren rond hetzelfde moment geland en dus stond er een enorm lange wachtrij. En toch ging alles zeer vlot. Ook onze koffers bleken veilig tot in Canada geraakt. Een meevaller…

Op de luchthaven haalden we onze huurwagen af. Onze ‘midsize’ wagen bleek een Buick Verano te zijn met amper 1500 km op de teller. De man van de verhuurmaatschappij probeerde ons nog een groter model mee te geven (uiteraard mits supplement), maar onze vaste bondgenoot voor de komende twee weken vonden we ruim genoeg voor ons tweetjes.
In gestrekte draf reden we vervolgens naar onze eerste uitvalsbasis: het Empire Landmark Hotel. Een correct en net hotel in het centrum van Vancouver. Ideaal dus voor een kleine verkenning van de stad. Een beetje padvinder heeft hier zelfs geen kaart voor nodig. Naar Amerikaans model zijn de straten aangelegd in het welbekende dambordpatroon. Lekker overzichtelijk en dus vind je er gemakkelijk de weg terug (of loop je moeilijk verloren, naargelang je het bekijkt).

 

Dag 2: Vancouver

Vandaag bleven we de ganse dag in Vancouver. Geen overbodige luxe na de lange reis. Het grootste gedeelte van de dag brachten we door in Stanley Park, een enorm park op wandelafstand van ons hotel. In deze groene long met reusachtige bomen kun je uren wandelen, fietsen en zelfs even uitrusten op het strand. We spotten er ook ons eerste ‘wildlife’: een paar wasbeertjes, eekhoorns, vogels, … En ook al hadden we soms zicht op de skyline van de stad, toch kregen we in het park nooit het gevoel dat we in een grote stad waren. Rust en natuurpracht in het grootste stedelijk gebied van British-Columbia. Het kan. Niet toevallig behoort Vancouver al jaren tot de meest leefbare steden ter wereld.

 

Dag 3: Vancouver – Tofino

Vandaag verhuisden we van het vasteland naar Vancouver Island. De ferry bracht ons in 2 uur vanuit Horseshoe Bay naar Departure Bay in Nanaimo. Van daaruit reden we 200 km tot Tofino, een surfersparadijs aan de Stille Oceaan. We logeerden in het Best Western Tin Wis Resort. De ligging op een boogscheut van het strand en de zee was subliem!

 

Dag 4: Tofino

De westkust van Vancouver Island is eigenlijk regenwoud, maar wij hadden geluk. We stonden op met stralende zon en hemelsblauwe lucht. Ideale omstandigheden dus om walvissen te gaan spotten. We hadden onze ‘whale watching cruise’ vooraf geboekt. Gezien de volle boot, geen overbodige luxe in het hoogseizoen. Goedkoop was deze ‘cruise’ niet, maar we werden dan ook getrakteerd op tal van dieren: zeeotters, zeeleeuwen, veel verschillende vogelsoorten en een Amerikaanse zeearend, de ‘bald eagle’. Als kers op de taart spotten we ook een walvis, weliswaar enkel de rug ervan. Om te duiken is het water hier immers niet diep genoeg. Echt uitzonderlijk was onze ontmoeting nu ook weer niet, want in de zomer komen heel wat walvissen dicht bij de kust naar voedsel zoeken. Het maakte de kennismaking er niet minder opwindend op.

 

Dag 5: Tofino – Whistler

We waren amper bekomen van onze walviscruise toen we op de terugweg van Tofino naar Nanaimo onze eerste beer spotten. Helaas waren we iets te verrast om een foto te nemen, maar enthousiast werden we er wel van. Onze speurneus stond nu echter op scherp en onderweg spotten we nog wat hertjes.

Bij de ferryterminal wachtte ons een meevaller van formaat. Zoals voorzien kwamen we aan om 10u30, maar in plaats van de obligate 2 uur wachten op de volgende overzet, was het allerlaatste plaatsje voor ons. Gevolg: 2 uur vroeger op onze bestemming van de dag: Whistler.

We verbleven er in de Summit Lodge, een heel mooi gelegen hotel in het centrum van dit skioord. Het centrum zelf was nogal artificieel: veel winkels, veel hotels en veel restaurants. Huizen en appartementen voor de inwoners zagen we nauwelijks. Het deed ons wat aan Disneyland denken. De troef van Whistler ligt dan ook niet beneden in de stad, maar op de bergtoppen boven. In de winter kun je er skiën en snowboarden, in de zomer brengen skiliften je naar boven. Je kunt er uren wandelen in een prachtig decor (zoek de marmotten!) en voor de avonturiers lopen tal van downhillpistes naar beneden. Ook interessant: de 3 km lange Peak2Peak kabelbaan, de langste niet-ondersteunde skilift ter wereld. Door de glazen vloer zie je met wat geluk een beer in het dal (wij niet helaas).

 

Dag 6: Whistler

De omgeving van Whistler verkennen, deden we met een gehuurde fiets. Eenmaal buiten het (toeristische) centrum bleken wel degelijk woonwijken te liggen. Naast de lokale Canadezen bleken hier ook beren tot de vaste bewoners te behoren (ook al zagen we er geen). Overal zagen we waarschuwingen, tips over wat je met afval moet doen en uitleg waarom het slecht is dat beren ons afval eten.

 

Dag 7: Whistler – Kamloops

Het traject van Whistler naar Kamloops liep door prachtige natuurlandschappen. Opwinding echter toen we hard op de rem moesten gaan staan toen een klein beertje de weg wou opkomen. Het was echter even snel weer weg als het gekomen was. Uitstappen om te zoeken deden we niet, want mama beer kon nooit veraf zijn. En die is doorgaans zeer gevaarlijk als ze zich bedreigd voelt.

In Kamloops verbleven we in de Accent Inn, een typisch overnachtingshotel vlak bij de autosnelweg. Geen topper dus en Kamloops hebben we ook niet bezocht. Toen de gps ons eerst helemaal verkeerd stuurde, ondervonden we wel dat het een hele grote stad is. Achteraf gezien was deze tussenstop niet echt nodig. Het traject van Whistler naar Clearwater mag dan wel lang zijn, er was amper verkeer en de wegen waren in goede staat.

 

Dag 8: Kamloops – Clearwater (Wells Gray Provincial Park)

Clearwater is een klein dorpje aan de ingang van Wells Gray Provincial Park. We sliepen in de Helmcken Falls Lodge in het park, op 35 km van Clearwater. De ligging van de lodge was prachtig en de lodge zelf ook. We gingen helemaal back to basics: geen tv, geen wifi, gewoon genieten van de natuur en het prachtige zicht vanuit onze ruime kamer. De kamers zijn verspreid over het hele domein in kleinere bungalows.

Inchecken kon pas vanaf 15 u en dus trokken we een eerste keer op verkenning in dit prachtige park. Moeilijk is dat niet want er loopt slechts een lange weg van zuid (Clearwater) naar noord (Clearwater Lake). Erlangs liggen tal van parkings van waaruit – korte en langere – wandelingen vertrekken.

Wells Gray Provincial Park telt heel wat watervallen. De meeste hielden we voor de dag erna, maar onze eerste tussenstop bij Dawson Falls beloofde veel goeds. Hun bijnaam ‘Little Niagara Falls’ hebben ze alvast niet gestolen. Impressionant, een en al natuurkracht.

We reden de weg helemaal af tot aan Clearwater Lake. Vanaf hier kun je enkel nog per kano of te voet verder.

 

Dag 9: Wells Gray Provincial Park

Vandaag stond helemaal in het teken van het ontdekken van dit prachtige park: de Helmcken Falls, Ray’s Farm, Alice Lake, Bailey’s Chute, Spahat Falls, …

We hadden vandaag ook twee onverwachte, maar leuke ‘ontmoetingen’. Twee keer vanuit de auto, maar dat is dan ook de ‘veiligste’ manier. Onze eerste aangename kennismaking was met een eland. Rustig poseren tot we een foto konden maken, deed hij niet, maar gezien hadden we hem wel. ’s Avonds hoorden we dat we echt wel geluk hadden gehad, want doorgaans zoeken elanden in de zomer de koelte op in de bergen.

Even later werd het nog beter. Langs de rand van de weg zat een beer wat uit te rusten. Ook toen we voorzichtig dichterbij reden, liep hij niet weg. Deze keer konden we dus wel mooie plaatjes schieten, van heel dichtbij. Toen we voorbijgereden waren, trok de beer weer het bos in. De vraag is dus wie wie kwam bekijken.

 

Dag 10: Clearwater – Jasper

Clearwater en Jasper, dat is meer dan 300 kilometer. Lange ritten vervelen in Canada echter nooit. De eindeloze bossen, de Mount Robson (met 3954 m de hoogste berg van de Canadese Rocky Mountains) en de kans op loslopend wild maken van cruisen door de Rockies een belevenis op zich. We gaven onze ogen dan ook goed de kost.

In Jasper boekten we een ‘wildlife tour’ voor de volgende dag (vandaag was alles volgeboekt). Geen nood echter, zo bleef er wat tijd over om dit toeristische stadje te verkennen.

 

Dag 11: Jasper

Jasper National Park verkenden we – zoals wel vaker tijdens deze reis – met de wagen. Hoogtepunten waren er in overvloed, met als klap op de vuurpijl Maligne Lake. Prachtig! Hier en daar kwamen we ook een wapitihert tegen.


’s Avonds stond de wildlife tour op het programma. Wat met veel toeters en bellen werd aangekondigd, draaide echter op een ontgoocheling uit. Er werd niet echt actief naar dieren gezocht, we bleven op de hoofdwegen en de chauffeur reed gewoon wat rond tot ze ergens wat andere auto’s aan de kant van de weg zag staan. In het begin zagen we nog een aantal wapitiherten en berggeiten, maar voor de rest niets. Op de terugweg hadden we de hoop al opgegeven, tot we weer een boel stilstaande auto’s tegenkwamen. Een beer! Die zat rustig insecten te eten uit een rotte boomstronk. Alsnog een fantastisch fotomoment dus. Dat je wat geluk moet hebben om wild te spotten, wisten we nu wel zeker.

 

Dag 12: Jasper – Banff

Als we dachten de mooiste routes achter de rug te hebben, dan overtrof de Icefields Parkway onze stoutste verwachtingen. Tussen gletsjers en bergtoppen en langs rivieren reden we zuidwaarts naar Banff. Beren zagen we niet meer, maar wel berggeiten en onze eerste ‘chipmunks’ (denk aan Knabbel en Babbel).

Banff zelf is nog toeristischer en drukker dan Jasper. Gelukkig lag ons hotel iets buiten het centrum.

 

Dag 13: Banff

De gondel bracht ons vandaag naar Sulphur Mountain. Hoog boven Banff hadden we een prachtig zicht op de omgeving. Onze foto’s lijken wel postkaartjes. Op de berg zelf liepen we de uitgestippelde route af. Het was het enige pad en dus waren we er verre van alleen. Ook de chipmunks waren opnieuw op de afspraak. Ze voederen mag niet, maar nagenoeg iedereen deed het. Schuw waren ze dus allerminst.

Terug beneden verkenden we de omgeving van Banff met de wagen, maar afgezien van wat berggeiten kwamen we geen ‘interessant’ wildlife meer tegen. Het was al mooi geweest.

 

Dag 14 Banff – Calgary

Onze laatste dag in Canada. We vertrokken vroeg uit Banff zodat we Calgary nog konden bezoeken. Deze stad met westernimago was echter wat te druk en te groot naar ons gevoel, zeker na de rust en de pracht van de natuur.
’s Avonds vertrokken we terug richting Europa, na een prachtige reis.

Reizen Lenaers Koksijde

Zeelaan 212, 8670 Koksijde
+32 (0)58 52 21 00
koksijde@reizenlenaers.com

Reizen Lenaers De Panne

Markt 16, 8660 De Panne
+32 (0)58 42 11 44
depanne@reizenlenaers.com

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief